Het leeghalen van een Egyptisch Koningsgraf.

(Times Carnarvon-dienst. Nadruk verboden.)

Loeksor, 13 Februari.

Vandaag was het een schoone dag aan de tombe van Toet-Ank-Amen. Een groot aantal bezoekers maakte gebruik van de faciliteiten, welke hun verleend werden tengevolge der schikkingen van lord Carnarvon met het ministerie van openbare werken, volgens welke de Egyptische administratie wekelijks 40 vergunningen ter beschikking stelt van de personen, die er om verzoeken. Heden boden 34 bezoekers zich aan, waaronder 6 Egyptenaren. De overige waren Europeanen. Onder deze laatsten bevonden zich tal van personen uit de Engelsche aristocratie en de consul-generaal van Noorwegen. Daar volgens een aloud gebruik de gravers Dinsdags hun rustdag nemen, werd heden noch in de tombe noch in het laboratorium werk verricht.

Het volgende artikel is geschreven door dr. Allen H. Gardiner:

Precies zeven dagen en drie uren na mijn vertrek uit Londen bevond ik mij aan den ingang der tombe van Toet-Ank-Amen, gereed om het eerst het beste te ontcijferen, dat men mij mocht toevertrouwen. Het zien van de artistieke wonderen, welke door Howard Carter zijn ontdekt, vergoedde de ontgoocheling, welke ik had ondervonden bij het vernemen, dat er nog geen papyrussen gevonden waren. De deksels der doozen moesten uiterst voorzichtig opgelicht worden en uit wetenschappelijk oogpunt zou het werkelijk een misdaad zijn geweest, de inliggende voorwerpen aan te raken, als was het maar even. Het was daarom dan ook niet te verwonderen, dat eenige verkleurde rollen linnen voor papyrussen werden aangezien.

Het is te betwijfelen of er per slot van rekening ooit wel papyrussen onder de schatten dezer tombe zullen worden gevonden. Indien, zooals wij geneigd zijn te gelooven, de doodenkamer ongeschonden is gebleven of slechts in geringe mate is geplunderd, is het niet uitgesloten, dat er tenminste een exemplaar van het doodenboek zal worden ontdekt. Maar waar de studenten in de Egyptische geschiedenis en philologie verlangend naar uitzien, is niet zoozeer naar een vergane of verminkte lezing over de oude begrafenisplechtigheden, zooals een papyrus van een tot deze periode behoorend "doodenboek" zonder twijfel zou brengen, doch meer naar een serie brieven, dagboeken of een of ander archief, welke geschriften licht zouden werpen op de veel bewogen tijden, waarin Toet-ank-amen leefde of omtrent zijn bekeering van de Aten's ketterij tot het geloof zijner voorvaderen. Wij moeten bekennen, dat er slechts een zeer geringe hoop mag gekoesterd worden, dat er ooit nog een dergelijk document aan het licht zal komen. Waarschijnlijk zal tenslotte de aanspraak, die de tombe erop mag maken, de grootste ontdekking te zijn, ooit in Egypte gedaan, voornamelijk betrekking hebben op het groote aantal en de groote artistieke waarde der reeds gevonden voorwerpen. De geschiedkundige oogst zal minder belangrijk zijn. Ten tijde van mijn bezoek aan de tombe waren er drie soorten inscripties, die ter bestudeering geschikt waren, ten eerste de officieele zegels op de stukken klei, waarmede de tombe en de verschillende kamers waren gesloten, ten tweede de op de verschillende doozen en Windeuars voorkomende etiketten met hieratische opschriften en ten slotte de uitsluitend met hierogliefen samengestelde decoratieve opschriften, die een treffende afbeelding geven van al de gevonden kunstvoorwerpen.

De taak van het onderzoeken der zegels werd terecht toevertrouwd aan professor Breasted, den uitstekenden kenner van de oude Egyptische geschiedenis. Het zij mij veroorloofd te constateeren, dat uit het onderzoek der zegels niet gebleken is, dat er nog eenig verband met de tombe bestaat op een later tijdstip, dan dat hetwelk afgesloten is met de regeering van koning Horemhab, Toet-ank-amen's tweeden opvolger. Deze concludie stemt overeen met hetgeen wij kunnen opmaken uit de hieratische etiketten, die alle uit hetzelfde tijdperk zijn en in bijna alle gevallen waarschijnlijk toe te schrijven zijn aan den opsteller ervan. De Egyptenaren waren nauwkeurige menschen en het is een kenmerkenden trek van hen, dat al de koffers, die bij de begrafenisplechtigheid naar de tombe werden gedragen, voorzien zijn van een lijst, waarop de inhoud der koffers stond aangeteekend. In een bepaald geval vermeldt het etiket, dat de doos de "zij-lok van Z.M.", welke lok hij als kind droeg, benevens scheermessen, medische instrumenten en albasten vazen bevat. Op het deksel van een andere doos vinden wij verschillende fijn linnen kleedingstukken vermeld en op een derde een zilveren kan en zes zilveren melkvaten. Gesteld, dat de roovers de doozen onaangeroerd hadden gelaten, zouden wij een prachtige gelegenheid hebben gevonden om de waarde van onze moderne vertalingen te toetsen, want wij moeten bekennen, dat de juiste beteekenis van de Egyptische benamingen van verscheiden gereedschappen, voorwerpen, kleedingstukken, enz. voor een groot gedeelte nog maar op veronderstellingen berust.

Het thans loopende onderzoek schijnt niet veel goeden uitslag te kunnen opleveren, daar gebleken is, dat de meeste doozen door de roovers geledigd zijn en vervolgens weder haastig zijn ingepakt, hetzij door henzelf, hetzij door de priesters, die de tombe opnieuw hebben verzegeld. Wij zullen echter hier en daar in de doozen nogwel eens het een of andere [...]

Volgende →