Het leeghalen van een Egyptisch koningsgraf.

(Times-Carnarvon-dienst; nadruk verboden)

Loeksor, 8 Februari.

Ook vandaag is er niet aan het graf gewerkt; de opgraving ervan was — voor het eerst sinds met het leeghalen een begin was gemaakt — bijna zonder toekijkers. Het is zeer waarschijnlijk, dat er morgen ook niets zal gebeuren; maar men verwacht, dat het werk in het graf op Zaterdag zal worden hervat. Lord Carnarvon zal dan terug zijn.

De laatste twee dagen heeft de staf (en hebben speciaal de heeren Lucas en Mace) een zeer noodige rust genoten, die het hun heeft mogelijk gemaakt, goeden voortgang te maken met het onderzoeken van den inhoud der verschillende doozen, met welke het laboratorium in het graf van Seti den Tweede op het oogenblik opgepropt is.

Lucas en Mace zijn thans gereed gekomen met het onderzoeken van den inhoud van het houten kistje, waarop zich de prachtig geschilderde voorstellingen bevinden van den Koning met zijn hovelingen op jacht naar leeuw, antiloop, wilden ezel, struisvogel en andere woestijndieren, en waarin de vorst verder wordt voorgesteld in den slag tegen Aziatische en Ethiopische vijanden. Op de kleinste zijkanten zijn symbolische voorstellingen, waarin de vorst is afgebeeld in den vorm van sfinksen met menschenhoofd, terwijl hij bezig is, zijn vijanden te vertrappen. De inhoud van dit kistje wordt gevormd door gewaden van den Koning, die van het fijnste materiaal zijn, en rijkelijk bezet met lapis lazuli en turkoois. Er zijn verscheiden sandalen, van biezen gevlochten, en ook van leer dat rijk versierd is met goud-inlegsel van buitengewone schoonheid.

Dan zijn er een groot barnsteenen halssnoer, en een kleine halskraag van porselein met uitgezochte bloemversiering. De meeste van deze zaken, speciaal de weefsels, waren in zeer fragielen staat, en het onderzoek en de behandeling die zij moesten ondergaan waren noodzakelijkerwijs langdurend en tijdroovend. Dit werk is nu echter afgeloopen en de voorwerpen zijn alle ingepakt en gereed voor de overbrenging naar Kairo, waar zij aan een nader onderzoek zullen worden onderworpen.

Thans is men begonnen met het onderzoek van een andere kist, n.l. een houten roodgeverfde doos.

Op het deksel vond men een van 's konings porseleinen halskragen en porseleinen ringen die aan een dol linnen waren geschoven. In de doos lag bovenop een groote mantel van geborduurde geweven stof in een verganen toestand, al was die toestand ook wat beter dan bij de vroeger gevonden weefsels. Op dezen mantel was in het midden een prachtige in goud en zilver gedreven scarabee-gesp gestikt, die zoo geplaatst was dat zij 's konings "cartouche" voorstelde. Zij was ingelegd met turkoois, lapis lazuli, glas en cornalyn. Deze mantel is een prachtig stuk werk. Hij werd met moeite uit de kist gehaald en daaronder vertoonden zich tal van voorwerpen, die nog niet volledig zijn geïdentificeerd, maar waaronder zijn aangetroffen, met zilver bekleede "boomerangs", een bronzen met goud ingelegde slang en een aantal rose gekleurde porseleinen plengvazen, waarop het protocol van den koning is aangebracht.

Deze vazen en bekers zijn een deel van den oorspronkelijken inhoud van de kist, gelijk blijkt uit het hiëratische opschrift op het deksel; maar evenals het gewaad, dat tusschen den oorspronkelijken inhoud ligt, zijn er andere voorwerpen in geworpen door de ambtenaren van de doodenstad, die het graf na de diefstallen bezocht hebben en in de eerste de veste kist, zonder op het opschrift te letten, de artikelen hebben geborgen, die de dieven op den vloer hadden geworpen bij het zoeken naar kostbaarder metalen voorwerpen. Deze voorwerpen, die niet in de kist thuishooren, zijn meerendeels sieradiën en onder deze schijnt, voor zover het onderzoek geleerd heeft, het mooiste een bedekking te zijn van goud met ingelegde steenen en glas, dat eruit ziet, alsof het een soort van maliënkolder is geweest. Ten gevolge van de zwakheid van de draden is deze bedekking in vele stukken uit elkaar gevallen, zoodat de nauwkeurige vorm en het doel waarvoor het bestemd was, niet met zekerheid te constateeren is. Het wordt nu aan stukjes bij beetjes bij elkaar gezocht, een tijdroovend procedé;, maar men hoopt dat het mogelijk zal zijn alles op nieuwe draden te rijgen en de bedekking te reconstiueeren. Voordat dit gebeurd is, zal het onmogelijk zijn, zelfs voor den grootsten deskundige, om te zeggen wat het stuk oorspronkelijk is geweest of wat de aard van de andere voorwerpen is, die in de kist liggen.

De bepaling van de beteekenis der in de voorkamers gevonden voorwerpen is een der moeilijkste vraagstukken die de heer Carter en zijn medewerkers hebben op te lossen. Naar reeds herhaaldelijk is aangestipt, is omtrent de geschiedenis van het tijdperk, waartoe deze kamers behooren, heel weinig bekend. Aangezien er groote kans bestaat dat deze ontdekking er een helder licht over zal verspreiden, moet natuurlijk de grootste zorg betracht worden met de openbaarmaking van de gevolgtrekkingen. De stand van de voorwerpen en hun onderlinge betrekking spelen een groote rol bij de bepaling van hun beteekenis en de wijze waarop de inhoud van koffers en kisten door elkaar ligt, bemoeilijkt dit werk ten zeerste. Dikwijls moet een gevolgtrekking, afgeleid uit de eene verzameling van voorwerpen, gewijzigd worden in verband met een nauwgezette beschouwing van later gevonden voorwerpen. Daarom dienen de meeningen van de deskundigen over historische en andere data, op grond van de vondsten in deze kamers, voorshands worden beschouwd als gissingen. Pas als het onderzoek van alle gevonden voorwerpen is afgeloopen en de conclusies daaruit getrokken, aan elkaar zijn getoetst, zal het mogelijk zijn tot een definitieve gevolgtrekking te komen.

Eenige der meest belangwekkende voorwerpen, die thans nader onderzocht worden, zijn de weefsels, waaronder een hoeveelheid linnen, waarin patronen geweven zijn. Verschillende soorten ervan zijn gevonden in de zoozen, die tot nu toe geopend zijn. Veel hiervan is in een verganen toestand, doch kan gereconstrueerd worden. De eenige stalen van zulk werk die vroeger gevonden zijn, zijn een collectie van enkele stukken, die nu in het museum te Kaïro zijn en welke in 1902 en 1903 door Carter gevonden zijn in het graf van Thothomes IV. Deze stukken zijn ongeveer 1000 jaar ouder dan alle anderen, die bekend zijn en zijn van een fijner weefsel dan ooit gemaakt werd. Tot nu zijn de draden in de weefsels, die in Toetankamen's voorkamer gevonden zijn, niet getels, maar ze zijn zeker van het fijnste weefsel, en daar het tijdperk van Toetankamen bekend is als het hoogtepunt van nijverheid en kunst van het midden-keizerrijk, is er alle reden, te verwachten, dat ze van even grote fijnheid zijn als die, welke gevonden zijn in het graf van Thotomes IV.

Ik heb vroeger reeds gesproken van de buitengewone verwarde hoop goederen die zich bevonden in het z.g. bijvertrek van de buitenste kamer van het graf — de binnenkamer met een vloer die twee of drie voet lager ligt dan de buitenste kamer. Op het oogenblik kan men alleen nog maar in dit vertrek zien door een klein gat vlak bij den grond hetwelk gemaakt is door de vroegere dieven. Door dit gat hebben tot nu toe slechts enkele bevoorrechten een blik kunnen slaan met behulp van een electrische lamp. In die omstandigheden kan er ook bij benadering nog geen volledige beschrijving gegeven worden van de voorwerpen die er zich bevinden. Maar de volgende voorwerpen behooren tot die welke het duidelijkst te onderscheiden zijn.

Er zijn verscheidene kleine beelden, blijkbaar in steen gesneden. Sommige schijnen afbeeldingen van Hapi te zijn, den god van den Nijl. Er is meer dan een speelbord, er uitziende als een schaakbord, met wit-en-zwarte vierkanten, ingelegd met ivoor. Er zijn doozen, die allemaal min of meer beschilderd en versierd zijn; zij zijn echter gesloten en het is nog onmogelijk uit te maken wat zij inhouden. Er zijn nog meer albasten vazen, die in schoonheid wedijveren met de reeds in de andere kamer gevonden vazen. Er is ook een groote hoeveelheid aardewerk en faience; daaronder zijn schepen van allerlei vorm, waarschijnlijk voor tafel-doeleinden en priesterlijk gebruik. Eenige vergulde schalen schijnen deel uit te maken van den baldakijk, waarvan, gelijk gemeld, stukken gevonden zijn in een andere jamer. Men gelooft, dat de koning, dien op zijn kameelen meevoerde en liet opslaan wanneer hij stil hield om te rusten of audiënties te geven. Er zijn een aantal geweven manden, schijnbaar van de fijnste soort en booten van verschillende afmetingen, die gewoonlijk met de dooden begraven werden om hun het oversteken van de wateren, die de Elyzeesche velden omringden, gemakkelijk te maken. Die booten zijn gevuld met allerlei artikelen uit het huishouden van het paleis als vergulde ledikanten, stoelen en kralen matten. De geheele plaats verkeert in uiterst rommeligen toestand; de bodem is bedekt met voorwerpen, die dikwijls boven op elkaar zijn opgetast. Daar er de uiterste voorzichtigheid vereischt wordt bij het hanteren van deze dingen, is het een moeilijke taak al deze voorwerpen uit elkaar te halen en naar buiten te brengen.

Volgende →