[an error occurred while processing this directive]

Het graf van Toet-ank-Amen.

(Times-Carnarvondienst; nadruk verboden).

Loeksor, 3 Februari.

Ook deze dag is van groote belangrijkheid geweest in de annalen van het Dal der Koningen. Het is juist een maand geleden dat wij een eersten, vluchtigen blik konden slaan op de sarkofaag van Koning Toet-ank-Amen, terwijl die nog omgeven werd door de schrijnen in de grafkamer. Heden zijn wij in staat geweest, de steenen kist in haar geheel te zien, zonder dat er nog belemmerende schutten omheen stonden.

Op den 3den Januari onderzocht Howard Carter den grooten schrijn, hetgeen ten slotte mogelijk was geworden door de afneming van de dakgedeelten, en waarbij met zekerheid kon worden vastgesteld dat erbinnen de sarkofaag van den Koning aanwezig was.... voor zoover toen viel na te gaan nog onaangeroerd en ongeschonden. De ontmanteling van de vier schrijnen die deze prachtige steenen doodkist omsloten moest nog worden volbracht; en zonder tijdverlies werd deze ter hand genomen. Doch het bleek zóó moelijk de groote stukken van deze schrijnen te verplaatsen in de geringe beschikbare ruimte, en er deden zich zoovele onverwachte constructiemogelijkheden voor, dat niet vóór hedenochtend de vierde schrijn, die onmiddellijk om de sarkofaag heen zat en die — naar bleek — vlak aan deze aansloot, ten slotte verwijderd werd.

Het moge hier, om een denkbeeld te geven van de moeilijkheid van het werk, worden vermeld, dat het thans drie maanden geleden is, sinds een eerste begin werd gemaakt met de demontage van den buitensten schrijn en dat er sedert 80 werkdagen zijn verloopen — of, om het ruwweg te schatten, een dag voor elk onderdeel van iederen schrijn, vóór het geheele bouwsel was weggeruimd.

Maar hetgeen wij hedenochtend te zien kregen was meer dan voldoende vergoeding voor de lange weken van afwachting, drukkende bezorgdheid en moeizamen en afmattenden arbeid, die wij hebben moeten doormaken.

Wij bevonden de kist in elk opzicht een waardig voorwerp te zijn om er het stoffelijk overschot van een koning in te ruste te leggen. De sarkofaag is van grote kristallijnen zandsteen, waarover een eigenaardige rose tint ligt. Zij is in volmaakt goeden staat bewaard gebleven; en zij is van nog meesterlijker blik dien wij er, door de deuropeningen van de schrijnen heen op hadden geworpen. De sarkofaag is verre superieur aan die van koning Aje, Toet-ank-Amens onmiddellijken opvolger. Volgens de deskundigen is de sarkofaag waarschijnlijk het mooiste exemplaar van haar soort, dat bestaat. Het deksel, dat gevormd wordt door een steenen plaat, die is gelegd binnen den bovenrand van het onderstuk van de sarkofaag is "naos"-(schrijn)vormig *); en aan den kant van het hoofd is er, gedeeltelijk uitgehakt en gedeeltelijk als relief er bovenuitkomend een prachtige van vleugels voorziene zonneschijf op aangebracht. Langs het midden en naar de zijden van het deksel lopen banden met opschriften. De kist zelf is langs de opstaande zijden versierd met een fraaie "cavetto"-kroonlijst, een prachtigen uitspringenden torus-rand en een sierlijk fries, in den vorm van een band met opschriften. Maar de belangrijkste elementen der versiering, elementen die het oog tot zich trekken zoodra men de sarkofaag ziet, zijn de vier bescherm-godinnen aan de hoeken: Isis en Neftis aan de hoofdzijde (westelijk eind), Selk en Neith aan het voeteneind (oostelijke zijde). De vier godinnen zijn in hoogrelief uitgespaard. Elk harer draagt de eigen karakteristieke haartooi; alle vier zijn zij zoo geplaatst dat zij den blik gewend houden naar het hoofd-eind van de sarkofaag, met de armen uitgestrekt en de vleugels wijd gespreid. Aan elk eind raken de handen elkaar bijna en kruisen de vleugels elkaar terwijl aan de lange zijden van de sarkofaag de vleugels elkaar met de toppen raken en de armen over elkaar liggen. Deze gestalten zijn van uitgezochte sierlijkheid, en haar schoonheid wordt nog verhoogd door het feit, dat kleur gegeven is aan de oogen en aan de sieraden die haar zijn aangedaan. De indruk van "een beschermgodin", die aanvankelijk was teweeggebracht door den blik op de eene godin die juist even te zien was gekomen door de deuropeningen der schrijnen, wordt thans nog versterkt door de groepsgewijze plaatsing van de vier gestalten die de sarkofaag omgeven in houdingen, die niets anders zijn dan een beschermende omarming. De houdingen zijn zóó realistisch, dat er niet enkel de indruk door wordt gewekt van een ondersteuning; maar ook van de vorming van een levenden verdedigingsmuur tegen iedere indringing. Het is het ontroerendste en schoonste geheel, dat men zich maar zou kunnen voorstellen, en het kostte moeite zich aan de aanschouwing van de vier gestalten te ontrukken om over te gaan tot het opnemen van het overige deel van dit meesterstuk van beeldhouwkunst.

Aan het westelijke uiteinde van den noordelijken en van den zuidelijken wand zijn "uzat" of heilige oogen aangebracht, die daar met een beschermend doel waren geplaatst. Dit is een ongebruikelijke wijziging van het oog-paneel. De oogen worden steeds op een sarkofaag aangebracht om den doode in staat te stellen uit te zien naar het "amentit", d.w.z. naar het Westen, waar Osiris, de God van de Dooden, verblijft. Om het voetstuk van de sarkofaag loopt een "dado", een relief, evenals die op de schrijnen, en bestaande uit reeksen van "Thet-" en "Dad"-teekenen, die de symbolen zijn van kracht en bescherming. Daaronder loopt een gekleurde band, ter imitatie van brons aangebracht, ten einde in overeenstemming te blijven met den echten bronzen band langs den beneedenkant van de schrijnen. De vier hoeken van de sarkofaag rusten elk op een plaat van albast.

Tusschen den derden en den vierden schrijn werd niets aangetroffen; maar binnen den vierden, midden voor den zuidkant van de sarkofaag stond, met zijn grondvlak daar voor een gedeelte onder geschoven, een "Dad"-symbool van gekleurd hout. Dit was daar neergezet als een verderen steun en tot meerdere bescherming; want — naar reeds gemeld is, behoort dit tot de heilige emblemen die den doode in de sarkofaag beschermen, en welk een zoo in het oog vallende rol spelen in de dado's van de sarkofaag en van de schrijnen, en eveneens onder tooverteekens die de vier windstreken in het graf aanduiden, en welke teekens altijd worden aangebracht ter bescherming van grafkamers.

Wanneer men — zooals thans mogelijk is — midden in de grafkamer staat en men de thans leeggehaalde ruimte om zich heen heeft, komt de prachtige steenmassa van de sarkofaag, welke 2.40 M. lang, 1.30 M. breed en 1.80 M. hoog is indrukwekkend uit en maakt een onuitwischbaren indruk. Het dak van den vierden schrijn dat er thans nog boven hangt, maakt dat de sarkofaag er uitziet als een praalbed onder een gouden baldakijn. De eenvoud en de groote artistieke waarde van vormen en versiering zijn uiterst treffend; en als de schepping van een kunst-beeldhouwer, is het onder wat ons uit het Oude Egypte gebleven is, een unicum. Bijzonder interessant is de sarkofaag voor den archaeoloog, reeds om het feit, dat zij nooit tevoren gezien was in den Nieuweren Tijd, maar ook omdat zij gelooft ons een schouwspel te zullen verschaffen, 't welk voorbeeldeloos is in de Egyptologie en dat waarschijnlijk aanzienlijk zal bijdragen tot onze kennis van aard en wijze, waarop in het Oude Egypte een Farao in werkelijkheid werd ter ruste gelegd.

Van den aanvang af heeft een atmosfeer van avontuur het werk in het graf van Toet-ank-Amen omgeven. In het begin hadden wij de verrukkelijke sensatie van nooit te weten wat elk der doozen en kistjes in de voorkamer wel zou inhouden, vóór zij geopend waren en volledig van hun inhoud ontdaan. Dan had men het mysterie van wat er achter den gedichten en verzegelden muur verscholen zat, en nog later, waren er bijna dagelijks verrassingen betreffende wat er wel binnen een der opeenvolgende schrijnen zou worden ontdekt, waarbij nog de opwinding kwam van het openen van iedere volgende deur en wat daar wel achter zou zitten.

Deze atmosfeer van avontuur belooft tot het eind te worden bestendigd; want er is niets, waaraan wij met zekerheid voorspellingen kunnen ontleenen omtrent wat er gevonden zal worden wanneer het deksel van de sarkofaag eenmaal zal worden opgelicht.

De ontdekking van houten en zilveren stokken tusschen de buitensten schrijn en den tweeden, en die van de waaiers tusschen den tweeden en den derden, maakt de mogelijkheid grooter dat binnen de sarkofaag de rest van de regalia zal worden aangetroffen, tot welke ook de genoemde voorwerpen moeten hebben gehoord, maar of dit zoo is; en in welken staat de koning in de kist zal blijken te liggen is een geheim, waarvan op het oogenblik alleen de sarkofaag zelf de oplossing zal kunnen brengen. En voor die openbaring zullen wij moeten wachten op het oogenblik, dat een oplossing zal zijn gevonden voor het vraagstuk hoe de bewerkte sarkofaag-wanden tegen beschadiging zullen kunnen worden beschermd gedurende het werk van de uitlichting van het deksel — 't welk meer dan 1.250.000 K.G. weegt en dat vast geperst zit in de kist zelf.

*) Ark-vormig.

Volgende →