[an error occurred while processing this directive]

Het graf van Toet-ank-Amen.

(Times-Carnarvon-dienst; nadruk verboden.)

Loeksor, 14 Januari.

Heden was het de 14-daagsche bezoekdag voor de journalisten. De grafkamer vertoonde een ongewoon beeld, en aan alle kanten viel te zien, hoe hard er de afgeloopen week moest zijn gewerkt. De schrijn zelf, met het steigerwerk erom heen, leek op een miniatuur huis, waaraan herstellingswerk wordt uitgevoerd; en erboven waren de lieren bevestigd, waarmee de dakstukken van de binnenschrijnen worden opgelicht. Het geheele dak van den tweeden schrijn was, in afwachting van het moment dat het er zou worden afgelicht, in watten verpakt. Het voorste gedeelte ervan was reeds in de lussen gevat, waaraan het met de lieren zal worden opgedraaid, zoodra Woensdag het werk zal worden hervat.

In den loop van het totnutoe verrichte demontagewerk zijn belangwekkende gegevens aan het licht gekomen over de manier, waarop en de omstandigheden waaronder de schrijnen waren opgeslagen. Elk onderdeel ervan draagt in hiëroglyphen-schrift duidelijke aanwijzingen omtrent de plaats, welke het ten opzichte van de andere stukken moet innemen. Hieruit wordt geconcludeerd, dat òf de stukken aanvankelijk buiten het graf waren in elkaar gezet, gemerkt en daarna weer uit elkaar genomen om in de grafkamer wederom volgens de aanduidingen aaneen te worden gehecht, òf dat zij al dadelijk in de werkplaats van den architect waren genummerd volgens de werkteekening.

Terwijl al het snij- en versierwerk aan de schrijnen met groote zorgvuldigheid is uitgevoerd door bekwame kunstenaars en vaklieden, schijnen de arbeiders, die de stukken definitief aan elkaar hadden gevoegd, wat slordig te werk te zijn gegaan. In sommige gevallen zitten de stukken niet op de plaats waar zij hadden moeten komen, en aan de blutsen en krassen, die zij vertoonen, zou men zeggen, dat de arbeiders, hetzij ongeduldig, hetzij onverschillig waren geweest, en zich niet de moeite hadden getroost hun fouten te herstellen, wanneer zij merkten, dat de stukken niet aan elkaar pasten, doch ze dan maar tegen elkaar hadden geperst. Of nu de stukken in de verkeerde volgorde waren binnengebracht dan wel of de fout oorspronkelijk was gemaakt door degenen, die ze in de grafkamer in elkaar voegden, doet er weinig toe. Een feit blijft het, dat het heele schrijnensamenstel niet goed in elkaar zit. Al is dit nu uit oudheidkundig oogpunt interessant, zoo spreekt het toch vanzelf, dat het samendrukken van de diverse stukken het werk der demonteering er niet gemakkelijker op heeft gemaakt.

Een ander merkwaardig iets werd ontdekt, toen de stukken van het dak van den buitensten schrijn werden afgelicht. De binnenkant van dat dak is bij het midden versierd met een rij vergulde gieren, die de vleugels gespreid houden; maar terwijl op het achterstuk en het voorstuk de gieren met den kop in de richting van de deuren geplaatst zijn, waren de koppen van de vogels op het middenstuk juist naar de achterzijde gericht. Het is duidelijk, dat er een fout was begaan, òf met de plaatsing der stukken van het dak, òf met het aanbrengen daarop van de versiering; maar niemand had zich de moeite gegeven, die fout te verbeteren.

Verder waren — naar reeds gemeld was — tusschen de zijwanden van de schrijnen schrijnwerkersafval etc. gevonden. In verband beschouwd met de belangrijkheid van de bijzetting, moet worden aangenomen, dat er hetzij overgroote haast, hetzij gebrek aan toezicht is geweest. Rekening houdende met den veldwinnenden indruk, dat de wanordelijke staat, waarin de voorwerpen in het vóórvertrek waren aangetroffen, waarschijnlijk niet uitsluitend toe te schrijven was geweest aan de dieven, die — na de sluiting van het graf — dit hadden geplunderd, geven al deze andere aanwijzingen tezamen het recht om aan te nemen, dat, nadat de belangrijkste voorwerpen in gevolge den eeredienst en de traditie waren geplaatst, de hofdignitarissen en de priesters het overige — d. w. z. de oprichting van de schrijnen en de plaatsing van de rouw-voorwerpen in het voorvertrek — aan de begrafenisondernemers hadden overgelaten, en dat dezen hadden nagelaten hun werklieden na te rijden, met het resultaat, dat — zooals ook heden ten dage nog meermalen voorkomt — het werk werd afgeroffeld.

Volgende →