(Times-Carnarvondienst; nadruk verboden.)

Loeksor, 30 December.

De afneming van het bovenstuk van den grooten schrijn heeft thans een betere gelegenheid geschonken dan tot dusver bestond, om het linnen hulsel te zien dat den tweeden schrijn bedekt.

Tot nu toe was feitelijk enkel het vóórgedeelte te zien geweest; maar dank zij den opengemaakten top van den buitensten schrijn is het gansche hoes over den binnenschrijn te zien gekomen, met uitzondering dan van het gedeelte dat langs den achterkant afhangt. Aan de achterzijde van den schrijn staat een raamwerk, dat overeenkomt met dat 't welk voor de deuren stond. Langs den bovenkant van het raamwerk loopt over de geheele lengte een verbindingslat; en het gordijn hangt daarvan of langs de stellage, die rijk verguld is. Maar evenals zulks het geval was met het gedeelte van het gordijn, dat aan den voorkant zat (en dat reeds naar het laboratorium was overgebracht) is ook een ander stuk onder zijn eigen gewicht en dat van de vergulde rosetten bezweken, en wel het stuk, dat boven op den tweeden schrijn zat. Echter is zeker wel de helft ervan, op haar plaats boven op den tweeden schrijn blijven zitten, weliswaar tot dofbruin verkleurd, maar met de rosetten er nog aan. Men kan zich dus een uitstekende voorstelling maken van het voorkomen, dat het hoes moet hebben gehad toen het er — 32 eeuwen geleden — overheen was gelegd. Daar de midden-dwarslat hooger is dan de buitenkanten van het raamwerk hangt het hoes op een manier, die het het uiterlijk geeft van een kermiskraampje.

Onwillekeurig gaan, als men het geheel zoo ziet, met zijn besterde gordijn en zijn vergulde stellage, en daaronder den prachtigen binnenschrijn met zijn kostbaren inhoud, onze gedachten naar den Bijbel. De ark der Israëlieten moet vrijwel op deze zelfde manier ingepakt zijn geweest, toen zij in de wildernis verbleef. Inderdaad is er in vele opzichten een eigenaardige overeenkomst tusschen dezen schrijn en den tabernakel des verbonds, in Exodus beschreven. Grafschrijnen zooals deze van Toet-ank-Amen zijn klaarblijkelijk nabootsingen van de altaren, welke in die dagen werden opgericht voor de voornaamste godheden in de Egyptische tempels van den dag. En het is zeer goed te begrijpen, dat de kinderen Israëls, die juist aan de Egyptische slavernij waren ontkomen, deze tempelaltaren — waarmee zij bekend waren — navolgden, toen het oogenblik was aangebroken om een heiligdom te ontwerpen voor hun eigen god.

De lichting van de dakbedekking van den schrijn werd deze week tot een succesvol einde gebracht, ofschoon het een moeilijk werk bleek. Doch het was slechts een onderdeel van de nog moeilijker taak, die de expeditie thans te vervullen heeft, en die een uiterst delicaat werk zal blijken te zijn, n.l. het demonteeren van den buitensten schrijn, dat moet worden volbracht, vóór verdere stappen zullen kunnen worden gedaan om door te dringen in den tweeden schrijn, en het geheim te ontraadselen, wat die tweede schrijn inhoudt. Er is al een voorloopig program van werkzaamheden opgemaakt. Dit omvat de afneming van het grootste gordijn; dan zullen het fraaie gegoten torenswerk en de kroonlijst volgen, en ten slotte worden de zijkanten van den buitensten schrijn zelf weggenomen.

Het vraagstuk van de stabiliteit van den buitensten schrijn, nu het dak ervan afgelicht is, dat er tot nu toe zekeren samenhang aan verleende, werd nog ingewikkelder gemaakt door de aflichting van het gordijn, welke op zichzelf al een moeilijk werk was door den fragielen toestand waarin het weefsel zich bevond. Vóór een begin kon worden gemaakt met de verplaatsing van het dekgordijn moesten er aan alle hoeken van den schrijn steunsels worden geplaatst om de zijvlakken op hun plaats te houden, welke anders misschien als de samenstellende deelen van een kaartenhuis zouden zijn omgevallen, terwijl men aan de lichting van bovenbedekking van den schrijn bezig was. Ook moesten het Torens-gietsel en de kroonlijst aan den bovenkant worden beschermd met watten, waarop planken waren gelegd; anders zou het afnemen van het kleed tot een beschadiging aanleiding hebben kunnen geven.

Met het een en ander ging het grootste deel van den ochtend heen; daarop werd het gordijn aangepakt. Er was tot dat doel een stok vervaardigd ter lengte van het gordijn en deze stok werd aan den eenen kant op de kroonlijst gelegd, terwijl ernaast planken waren gelegd om het aan de arbeiders mogelijk te maken met den stok te werken. Het eind van het gordijn of kleed werd nu voorzichtig om den stok gelegd en deze werd nu voorzichtig naar den anderen kant van den schrijn gerold, terwijl naarmate het werk vorderde de planken achteruit werden verplaatst. Van tijd tot tijd werd het rollen gestaakt om de metalen rosetten van het kleed te verwijderen, teneinde het gewicht te verminderen en het scheuren van het toch al heel zwakke weefsel te voorkomen.

Het afnemen van het gordijnhoes is thans op bevredigende wijze voltooid en het kleed zal te gelegenertijd naar het laboratorium worden overgebracht, waar het chemisch zal worden behandeld op een reeds vroeger beschreven wijze, en — nadat op het tot een geheel herstelde stuk de rosetten weer aan het weefsel zijn vastgehecht — ter verzending ingepakt.

Volgende →