[an error occurred while processing this directive]

Het graf van Toet-ank-Amen.

(Times-Carnarvondienst; nadruk verboden.)

Loeksor, 26 December.

Sinds het vorige bericht (verzonden op 23 December) is alle arbeid gericht geweest op de afneming van de bovenbedekking van den buitensten schrijn. Er was gehoopt, dat het mogelijk zou zijn de deelen van het schrijndak zonder veel moeite buiten het graf te krijgen; doch onder de huidige omstandigheden bleek dat onmogelijk, want er was niet voldoende ruimte om het dak door de deuropening heen te schuiven en het de trappen op te krijgen. Zoowel de deur als de trappen zijn nauwkeurig onderzocht, om er achter te komen hoe men in de Oudheid de gedeelten van den schrijn naar binnen had gekregen. Het bleek nu, dat de onderste treden van de trap eertijds moeten zijn verwijderd om die deelen door te laten en dat pas daarna de trap weer hersteld was.

In de tweede plaats bleek dat de bovendrempel, die aanvankelijk in de rots was uitgespaard, eenmaal veel grooter moet zijn geweest dan hij thans is. Men dient zich n.l. te herinneren, dat er boven de deurkolommen een houten dwarsbalk ligt. Daar nu de bovendrempel van deze deuropening en de zoldering van de gang in de rots zelf zijn gehakt, had voor de stevigheid van de deuropening zoo'n houten balk niet noodig behoeven te zijn. Ofschoon de aanwezigheid van den balk reeds tot eenige verwondering had aanleiding gegeven, was op het vraagstuk niet nader ingegaan, omdat voor het werk, dat toen te doen viel, de quaestie niet van belang was. De beteekenis van den houten dwarsbalk is thans echter duidelijk geworden.

Volgende →